november 2012

Toename bedrijfsresultaat van 16% door Het Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken houdt in dat werknemers tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken en biedt een grote groep werknemers een laagdrempelig alternatief voor de woon-werk rit in de spits.

Het Nieuwe Werken is niet alleen wenselijk maar ook noodzakelijk. Vanwege demografische ontwikkelingen zal de arbeidsproductiviteit moeten stijgen om dezelfde productiviteit te kunnen handhaven. Tussen 2010 en 2020 vindt er een significante krimp plaats in beschikbare arbeiders. Er vertrekken in deze periode 5 tot 7% meer werknemers met pensioen dan dat er starters op de markt komen. Dit gaat gepaard met de aanhoudende economische groei van economieën zoals China en India. Het Nieuwe Werken biedt het hoofd aan deze opkomende uitdagingen (van Haterd, 2010).

Onderzoek door EIM (Economisch Instituut Midden- en Kleinbedrijf) wijst uit dat organisaties die investeren in Het Nieuwe Werken een verbetering van 18% zagen in het bedrijfsresultaat, tegen slechts 2% van de groep organisaties die dit niet gedaan hadden. Opvallende conclusie uit het onderzoek is de sterke relatie tussen investering in arbeidstijden, de flexibilisering daarvan en bedrijfsresultaat.

In het verleden was het werken (en dus ook kantoorpanden) vooral gericht op het individueel afhandelen van (terugkerende) taken. Het Nieuwe Werken gaat dan ook over effectief werken, in tegenstelling tot ‘efficiënt’ werken, zoals voorheen het uitgangspunt is geweest. Naar verwachting bestaat 80% van het werk in 2015 uit samenwerken, hiervan zal 50% plaatsvinden met anderen op een andere locatie of zelfs in het buitenland (van Egmond, 2010).

In combinatie met de vooruitgang in ICT brengt het gedachtegoed van Het Nieuwe Werken ingrijpende verandering in hoe wij mobiliseren. ICT schept de mogelijkheid tot werken op afstand, onderweg, op een thuislocatie of alternatieve plek buiten de vestiging van de werkgever, het zogenaamde ‘telewerken’.

Dit dashboard gaat over Het Nieuwe Werken. Het dashboard Slim Werken Slim Reizen gaat dieper in op de relatie tussen Het Nieuwe Werken, mobiliteitsmanagement en de kostenbesparingen die werkgevers kunnen realiseren.

Telewerken 
‘Telewerken’ leidt tot minder woon-werk en zakelijk verkeer, tot meer spitsmijders en levert daarmee een bijdrage aan de vermindering van congestie. Het Nieuwe Werken omvat meer dan telewerken. De volgende maatregelen vallen er ook onder:
  • flexibele werktijden 
  • werkplekdelen 
  • vergaderen buiten spitstijden 
  • teleconferencing en videoconferencing 
  • webcasts en webinars 
  • spitsmijden 
Het Nieuwe Werken en de bijhorende maatregelen zijn momenteel enorm in opkomst. Een recent onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat 50% van medewerkers binnen het bedrijfsleven hun baan zouden opzeggen als flexibilisering (van werktijd) opgeheven zou worden (van Egmond, 2010).

Reboundeffecten 
Het Nieuwe Werken kent echter ook rebound effecten. Een voorbeeld. Een analyse van CBS-gegevens over de omvang van de beroepsbevolking, de arbeidsduur en het aantal ritten en de afstanden in het woon-werkverkeer laat het volgende zien (figuur 1).

Figuur 1 Ontwikkeling beroepsbevolking, contracturen, aantal woonwerkritten en woon-werkafstand in de periode 1996-2007/2010 (1996=100). Bron: CBS. 


Deeltijdwerken en Het Nieuwe Werken zijn mogelijk de oorzaak voor de afname van het aantal contracturen per werkzame persoon en het aantal woon-werkritten per werkzame persoon sinds 1996. Deze afnamen (-3% en -5%) zijn echter gering vergeleken met de toename van de afstanden in het woon-werkverkeer en de groei van de beroepsbevolking (+15 / +20%) in diezelfde periode.

Toch pleit het bedrijfsleven voor Het Nieuwe Werken. Daar zijn 4 redenen voor:
  1. aantrekkelijk werkgeverschap 
  2. stijging werknemers- en klanttevredenheid 
  3. milieu 
  4. kostenbesparing. 
>> Lees meer.

Het Nieuwe Werken: Waarom?

Onder werkgevers neemt de belangstelling voor Het Nieuwe Werken toe. Zij zien de voordelen van Het Nieuwe Werken in. Er zijn ook veel maatschappelijke baten. Daarom stimuleren Rijk en veel regio’s Het Nieuwe Werken. Baten van Het Nieuwe Werken zijn onder andere:

1. Aantrekkelijk werkgeverschap
De nieuw intredende generatie, Generatie Y (degenen geboren tussen 1982 en 2001), stelt hogere eisen aan hun baan dan voorgaande generaties. Onder andere balans tussen werk en privé moet er gewoon zijn (van der Riet et. al., 2011). Organisaties die behoefte hebben om aan te sluiten op de behoeften van deze doelgroep zien baat bij Het Nieuwe Werken. Voor andere organisaties draagt het bij aan het bieden van een aantrekkelijke primaire en secundaire arbeidsvoorwaardenpakket dat recht doet aan wederzijdse behoefte aan flexibiliteit en autonomie (Baane et. al., 2011).

2. Stijging werknemers- en klanttevredenheid 
Het introduceren van Het Nieuwe Werken heeft een positieve invloed op werknemerstevredenheid. Een hogere werknemerstevredenheid leidt tot werknemers die zich meer verbonden voelen met de organisatie. Dit leidt tot een daling van het ziekteverzuim en een stijging van de klanttevredenheid. De veronderstelling is dat werknemers met een hoog gevoel van verbondenheid ook meer bereid zijn om zich in te zetten voor klanten (van Egmond, 2010).

3. Milieu
Een voordeel van Het Nieuwe Werken is de reductie van het aantal afgelegde auto kilometers. Dit bespaart veel CO2-uitstoot. Alhoewel exacte gegevens over CO2-uitstoot niet beschikbaar zijn, zijn er duidelijke indicaties dat er een reductie van CO2-uitstoot plaats vindt bij het introduceren van flexibel werken. In 2008 realiseerde KPN bijvoorbeeld een reductie van 20% CO2 vanwege het introduceren van faciliteiten voor telefonisch vergaderen voor haar personeel. Andere organisaties verwachten soortgelijke cijfers te kunnen behalen door het introduceren van Het Nieuwe Werken (van Haterd, 2010).

Daar staat tegenover dat thuiswerkers ook CO2 uitstoten.

>> Lees meer.

Casus HP

De invoering van flexibel werken bij de Nederlandse vestiging van Hewlett-Packard (HP) heeft ertoe geleid dat vier maanden later 120 ton minder CO2 wordt uitgestoten. Het bedrijf schrijft de reductie van CO2-uitstoot toe aan het feit dat alle Nederlandse medewerkers hun leaseauto na de invoering van het flexwerken vaker laten staan. Lease autorijders reden in totaal 700.000 km minder in die periode. HP zegt nog een verdere afname van het autogebruik te verwachten.

“Met de hedendaagse technologie is fysieke aanwezigheid op kantoor lang niet altijd nodig. Naast CO2–reductie is er ook sprake van een enorme kostenbesparing. Op jaarbasis besparen we honderdduizenden euro’s aan brandstof en variabele kosten voor ons wagenpark. Bovendien dragen we ons steentje bij aan het terugdringen van het autoverkeer en bieden we onze medewerkers de mogelijkheid om zo effectief en efficiënt mogelijk vanaf iedere locatie te werken”, aldus algemeen directeur van HP Nederland.

Het Nederlandse hoofdkantoor van het technologiebedrijf verhuisde van Utrecht naar Amstelveen en is volgens HP volledig ingericht op de nieuwe manier van werken. Reisafstand was voor het gros van medewerkers meer maar door Het Nieuwe Werken is de werknemerstevredenheid juist gestegen en niet afgenomen. Inmiddels is flexibel werken de hoogst gewaardeerde secundaire arbeidsvoorwaarde en levert het opheffen van de vorige locatie een kostenbesparing van 8 miljoen euro aan huur per jaar.

Bron: Fragment Computer World, 2008 & van Haterd, 2010


4. Kostenbesparing
Een reden voor het introduceren van Het Nieuwe Werken is het kostenplaatje. Het reduceren van kosten door middel van Het Nieuwe Werken kan op verschillende manieren. Een voor de hand liggende benadering is het reduceren van onbenutte ruimte en werkplekken zoals boven beschreven casus onder andere laat zien. Lees meer hierover in het dashboard over Slim Werken Slim Reizen.

Echter, Het Nieuwe Werken brengt een diversiteit aan kosten met zich mee die niet onderschat dient te worden. Investering in onder andere managementontwikkeling, personeelsontwikkeling, change management en ICT aanpassingen dienen vrijwel altijd meegenomen te worden (Baane et. al., 2011). Experts spreken dan ook liever over Het Nieuwe Werken als een vorm van waardecreatie om talent binnen organisatie te faciliteren, in te zetten en dus te laten bloeien (Kruisman, 2012).

Het Nieuwe Werken: files terugdringen?

Flexplekken en Werkplekdelen 
Aan de basis van Het Nieuwe Werken staat dat werk verricht dient te worden op de locatie en op het moment dat zich daar het best voor leent (Haterd, 2010). Flexwerken, werkplekdelen, telewerken en mobiel werken zijn mobiliteits- en bereikbaarheidsgeoriënteerde middelen die hier aan bijdragen.

Werkplekken worden ingericht naar gelang de aard van de werkzaamheden en niet naar de persoon in kwestie. Werkplekken kunnen op verschillende wijze worden ingericht: standaardwerkplekken, gezamenlijke stilteplekken, individuele focusplekken, lunchplekken,. De juiste samenstelling is dus afhankelijk van de organisatie, de branche en werkzaamheden.

Werkplekdelen, telewerken en mobiel werken gaan hand in hand. Een prognose-onderzoek door Vanson Bourne (2012) laat zien dat er een sterke relatie is tussen het aantal telewerkers en het toepassen van principes voor werkplekdelen. Uit het dashboard Slim Werken Slim Reizen blijkt echter dit deze logische koppeling in de praktijk nog niet vanzelfsprekend is.

Telewerken creëert nieuwe kansen 

“In 2020 zullen er voor elke tien werknemers zes bureaus beschikbaar zijn. Nu zijn dat er nog 8,4. Mobiel werken gaat de komende jaren in Nederland zorgen voor een reductie van 27 procent van het aantal werkplekken op kantoren.”, aldus voorspellingen door onderzoeksbureau Vanson Bourne voor IT bedrijf Citrix.

Hiermee loopt Nederland voorop. De internationale gemiddelde afname ligt namelijk een stuk lager, op 17 procent.

29 procent van de circa 1900 ondervraagde IT Managers geeft aan dat ze in 2020 veelal niet meer vanuit hun traditionele kantoor zullen werken. Het werk wordt verplaatst naar een thuiswerkplek (64 procent), projectlocaties (60 procent) of op locatie bij een klant of partner (50 procent).

Hiernaast verwachten IT-managers dat werknemers toegang zullen krijgen tot bedrijfsapplicaties en data op mobiele werklocaties als hotels, vliegvelden of onderweg.

Bron:  www.werken20.nl (2012) &  www.citrix.com (2012) 

Files terugdringen?
De groei van telewerken zou mogelijk een oorzaak kunnen zijn voor het dalende aantal woon-werkritten van de afgelopen jaren. De woon-werkafstand groeide echter sneller (zie achtergrondinformatie). Mede daardoor nam de congestie toe. Het Nieuwe Werken heeft de potentie om files terug te dringen.

Telewerken moet dan zo’n omvang krijgen, dat het tegenwicht biedt aan de langere woon-werkritten. Voor medewerkers die telewerken is het makkelijker om verder van het werk te wonen. Ze hoeven daar immers minder vaak te zijn. Dit kan leiden tot meer files. Aan de andere kant neemt de totale reisafstand af en neemt de persoonlijke keuzevrijheid toe. Als werkgevers telewerken aanbieden en tegelijkertijd het openbaar vervoer promoten, dan snijdt het mes aan twee kanten. Werknemers kunnen hun (trein)reis gebruiken als werktijd. Én telewerken draagt echt bij aan minder congestie.



Figuur 1 Thuiswerken in 4 sectoren. Bron: ICT Barometer ICT en thuiswerken, Ernst & Young, 2009, bewerkt door KpVV/CE Delft.


Vormen van telewerken 
  • Thuiswerken: hele dag vanuit huis werken 
  • Spitsmijdend telewerken: deel van de dag thuiswerken om files te vermijden 
  • Nomadisch werken: werken vanuit trein, smart working centre, café etc. 

Thuiswerken
Een kwart van de automobilisten heeft de mogelijkheid om thuis te kunnen werken. Net als bij het flexibel werken geldt hier dat respondenten onder de 55 jaar en vrouwen minder de mogelijkheid hebben om thuis te werken. Op de vraag wat automobilisten plezierig vinden aan thuiswerken, blijkt dat vooral minder (reis)tijd (64%) en efficiency (47%) een belangrijke rol spelen. Het krijgen van een vergoeding speelt zo goed als geen rol. Wat automobilisten het meest dwars zit bij thuiswerken, is het gemis van contact met collega’s (41%) en de scheidslijn tussen werk en privé (33%).

Wat vindt u plezierig aan thuiswerken? 

1. Het scheelt mij veel reistijd 64%
2. Ik werk veel efficiënter 47%
3. Goede balans werk en privé 39%
4. Veel beter voor het milieu 29%
5. Geen gezeur van collega’s 15%
Bron: Eileen, Het Nationale Automobilisten Onderzoek 2011

Toekomstbeeld

De traditionele functie van het kantoor, - de locatie om informatie te vergaren, te verwerken en te delen -, verandert. Verschillende onderzoeken laten zien dat het introduceren van flexwerken, de 9-tot-5-mentaliteit in rap tempo verandert. Wat zijn de verwachtingen voor de toekomst en welke impact heeft dit op hoe wij ons mobiliseren?

De manier van werken is erg veranderd. Er wordt meer dan ooit samengewerkt met anderen. Steeds meer werk wordt verricht door het samenwerken binnen (virtuele) teams. Het onderscheid tussen afdelingen vervaagt, functiebeschrijvingen worden breder omschreven. Was het aansturen vanuit management de centrale uitgangspunt, nu draait het steeds meer om het decentraal organiseren en samenwerken op basis van vertrouwen. Beoordeling van het werk gaat steeds meer plaatsvinden op basis van beoordeling door peers (o.a. van Egmond 2011, van Haterd 2010).

Finext, Een toekomstbeeld voor de organisatie van de toekomst? 

Finext een dienstverlener binnen financiële markt benadert de markt op eigenzinnige wijze. De dienstverlener, met circa 150 mannen en vrouwen sterk, werkt volledig op basis van zelf organiserende teams. Het bedrijf kent geen stafafdelingen of secretaresses. Gedragen op de peilers: eigen verantwoordelijkheid, respect en vertrouwen, synergie, ondernemerschap en talent/ambitie boven structuur, stevent de organisatie voort op basis van het principe van zelfordening. “Wij hebben geen organisatie, maar een vermogen om te organiseren, Dat wil zeggen dat de organisatie zich voortdurend aanpast aan de veranderende omstandigheden op de markt”, aldus Fokke Wijnstra mede inspirator van Finext.

De organisatie kent geen formele managementfuncties, maar rollen die vrij van hiërarchie zijn en die gerouleerd kunnen worden. Elk team werkt onafhankelijk, is zelfsturend en zelf resultaatverantwoordelijk. Tevens bepalen Finexters zelf wie er in een team komt te zitten. Het gevolg is een organisatie dat in staat is om snel met veranderende marktbehoefte om te springen.

Bron: van Baane et. al. 2011, nieuworganiseren.nu (2011)

Ondanks de hoge waardering van Finext door zowel klant als medewerker kent de benadering ook zijn uitdagingen. Werknemers nemen soms te veel initiatieven en op sommige trajecten komt het korte termijn belang te hoog te staan ten opzichte van het lange termijn. Binnen dergelijke benaderingen dienen ook deze kanttekeningen in de gaten gehouden te worden.

De verwachting is dat deze samenwerking op basis van vertouwen niet alleen binnen organisaties maar ook steeds meer tussen organisaties zal gaan plaatsvinden. Organisaties zullen zich steeds meer gaan richten op dié activiteiten waar ze in uitblinken. Dit betekent dat organisaties van omvang zullen gaan afnemen (van Haterd, 2010).

Hiernaast dient ook benoemd te worden dat het vertrouwen in grootschalige organisaties met de jaren alleen maar is afgenomen (van Egmond, 2011). Generatie Y kiest steeds vaker voor meer eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit is één van de charmes van het werken bij kleinere organisaties ten opzichte van grootschalige organisaties (van der Riet et. al., 2011).

In de praktijk betekent dit, dat organisaties steeds meer hun bedrijfsruimte beschikbaar gaan stellen voor gebruik door partners en klanten, maar ook door potentiële partners en potentiële klanten, zonder dat daar vooraf een duidelijke relatie tot baten vastgelegd is. Kruisbestuiving en serendipiteit schijnen hier de toverwoorden zijn. Organisaties zoals Oracle en Microsoft hebben hier al de eerste stappen in gezet. Kruisman (2012) stelt dan ook dat, in de niet al te verre toekomst, op grote schaal gewerkt gaat worden binnen de muren van aanverwante organisaties. Dit gaat het mobiliteitslandschap nog heel sterk beïnvloeden. Qua technologie is dit al goed mogelijk.

Referenties 
T. van der Riet, S. Skoblikov, P. Becker et. al., “Het Nieuwe Werken volgens Generatie Y”, Eburon, 2011
R. Baane, P. Houtkamp, M. Knotter,, “Het Nieuwe Werken ontrafeld - Over bricks, bytes & behavior”, van Gorcum, 2010
B. van Haterd, “Werken nieuwe stijl”, AW Bruna, 2010
H. van Egmond, “Het Nieuwe Werken - Van visie naar praktijk”, Kluwer, 2010
A. Kruisman, interview “Het Nieuwe Werken en Mobiliteit”, 2012

Aantal telewerkers in 7 jaar verdrievoudigd

Aantal woon-werkritten neemt af; reisafstand groeit

In 2009 deed 19% van alle werknemers aan telewerken. Dat is bijna 3 keer zoveel als in 2003. Cijfers van het CBS laten echter zien dat de toename van het aantal telewerkers stagneert. Uit onderzoek blijkt dat 45% van alle werknemers zou kunnen telewerken.


Het Nieuwe Werken houdt in dat werknemers tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken. Telewerken is hier een populair onderdeel van. Het Nieuwe Werken kan leiden tot minder woon-werk en zakelijk verkeer, tot meer spitsmijders en daarmee bijdragen aan vermindering van congestie.

Telewerken creëert nieuwe kansen
De afgelopen jaren daalde het aantal woon-werkritten. De groei van telewerken zou hiervan de oorzaak kunnen zijn. De woon-werkafstand groeide echter sneller. Mede daardoor nam de congestie toe. Het Nieuwe Werken heeft de potentie om files terug te dringen. Telewerken moet dan zo’n omvang krijgen, dat het tegenwicht biedt tegen de langere woon-werkritten. Voor medewerkers die telewerken is het makkelijker om verder van het werk te wonen. Ze hoeven daar immers minder vaak te zijn. Dat kan leiden tot meer files. Aan de andere kant neemt de totale reisafstand af en neemt de persoonlijke keuzevrijheid toe. Als werkgevers telewerken aanbieden en tegelijkertijd het openbaar vervoer promoten, dan snijdt het mes aan twee kanten. Werknemers kunnen hun (trein)reis gebruiken als werktijd. Én telewerken draagt echt bij aan minder congestie.
Figuur 1 Thuiswerken in 4 sectoren. Bron: ICT Barometer ICT en thuiswerken, Ernst & Young, 2009, bewerkt door KpVV/CE Delft.
 
Overheden lopen achter bij invoering Het Nieuwe Werken
Het Nieuwe Werken biedt een grote groep werknemers een laagdrempelig alternatief voor de woon-werkrit in de spits. Onder werkgevers neemt de belangstelling voor het Nieuwe Werken toe. Ze hebben er zelf baat bij. Steeds meer bedrijven voeren het daarom in of overwegen dit. Er zijn ook veel maatschappelijke baten. Daarom stimuleren Rijk en veel regio’s Het Nieuwe Werken. De overheid loopt met de invoering echter achter op de dienstensector (zie figuur 1). Het is daarom belangrijk dat ze niet alleen naar het bedrijfsleven kijken, maar prioriteit geven aan de eigen organisatie en aan andere overheidsinstellingen.

> Achtergrondinformatie

Achtergrondinformatie

1,4 miljoen telewerkers
In 2009 waren er volgens definitie van het CBS ongeveer 1,4 miljoen telewerkers wat neerkomt op bijna 20% van het totaal aantal werkzame personen (CBS, 2009, figuur 2). Geschat wordt dat in totaal ongeveer 3,1 miljoen van de werknemers zouden kunnen telewerken (Blauw, 2010).


Figuur 2: Aantal telewerkers en bedrijven met telewerkers (bedrijven > 10 werknemers) in periode 2003-2009. Bron: CBS
CBS-definitie telewerker: Aantal werkzame personen dat regelmatig, minstens een halve dag per week, buiten de bedrijfsvestiging werkt en van daaruit toegang heeft tot het ICT-systeem van het bedrijf. De medewerker heeft niet alleen toegang tot e-mail maar ook tot bestanden en/of programmatuur. De 20% geldt voor bedrijven met meer dan 10 werknemers (88% van de totale beroepsbevolking).
  
   
Cijfers en trends
Er is op dit moment nog weinig cijfermateriaal beschikbaar over Het Nieuwe Werken en mobiliteit. Het CBS houdt al een aantal jaren cijfers bij over telewerken (figuur 1). De ICT barometer van Ernst & Young laat zien dat in de dienstensector relatief veel wordt thuis gewerkt, terwijl de overheid achter blijft (figuur 1).
Het Telewerkforum onderzoekt het aantal telewerkers en of dit met Het Nieuwe Werken kan worden vergroot. Gedragsverandering bij zowel medewerkers als management (Blauw, 2010 en Frisblik, 2009) is een belangrijke voorwaarde. In de toekomst zou het bereik nog verder kunnen toenemen. Een nieuwe generatie komt de arbeidsmarkt op. Het gaat om jongeren die in de netwerksamenleving zijn opgegroeid en een andere beleving van plaats en tijd hebben (Frisblik, 2009).
   
Woon-werk verkeer vormt uitdaging voor Het Nieuwe Werken
De uitdaging voor Het Nieuwe Werken blijkt duidelijk uit een analyse van CBS-gegevens over de omvang van de beroepsbevolking, de arbeidsduur en het aantal ritten en de afstanden in het woon-werkverkeer (figuur 3). Deeltijd werken en het Nieuwe Werken zijn mogelijk de oorzaak voor de afname van het aantal contracturen per werkzame persoon en het aantal woon-werkritten per werkzame persoon sinds 1996. Deze afnamen (-3 en -5%) zijn echter gering vergeleken met de toename van de afstanden in het woon-werk en de groei van de beroepsbevolking (+15/ +20%) in diezelfde periode.

Volgens de bevolkingsprognoses van CBS gaat de omvang van de beroepsbevolking dalen. De groei van de woon-werkafstand is dus het meest zorgwekkend. Die kan ook een gevolg zijn van meer thuiswerken. Een baan verder weg is aantrekkelijker als je minder vaak op het werk hoeft te zijn. Aanwijzingen hiervoor zijn ook te vinden in de monitor mobiliteitsmanagementmaatregelen in de regio Arnhem-Nijmegen. Hoe dan ook biedt Het Nieuwe Werken meer flexibiliteit aan werknemers. Het biedt een laagdrempelig alternatief voor de woon-werkrit in de spits.

Figuur 3 Ontwikkeling beroepsbevolking, contracturen, aantal woonwerkritten en woon-werkafstand in de periode 1996-2007/2010 (1996=100). Bron: CBS 
   

Thuiswerken meest populaire maatregel mobiliteitsmanagement

De Taskforce Mobiliteitsmanagement stimuleert mobiliteitsmanagement (MM) bij werkgevers. Tussen de 16 en 21% van de werknemers die slimmer gingen reizen, deden dit omdat de werkgever telewerken of flexibele werktijden mogelijk maakte. Daarmee is telewerken & flexibiliteit de meest populaire MM-maatregel. Werkgevers die hun personeel stimuleren om slimmer te reizen en te werken, bieden hun personeel diverse maatregelen aan. Stimuleren van fiets en openbaar vervoer staat bij hen bovenaan. Dat blijkt uit de evaluatie van de Taskforce Mobiliteitsmanagement.

Top 5 populaire maatregelen van werkgevers
1. fietsgebruik bevorderen
2. openbaar-vervoergebruik stimuleren
3. slim vergaderingen (later starten, E-conferencing of een OV-locatie kiezen)
4. telewerken
5. flexibele werktijden en werkpatronen

Top 5 maatregelen die bijdragen aan ander reisgedrag van werknemers
1. telewerken/ flexibele werktijden
2. stimulering ander reisgedrag door management
3. aanbieden ov-abonnement
4. gewijzigde bedrijfsregelingen
5. afspraken met leidinggevende

Bron: Beleidsevaluatie Taskforce Mobiliteitsmanagement, 2010

Onderbezetting kantoren kost werkgevers €1,2 miljard

“En aan kantoorplekken spenderen de werkgevers € 2,4 mrd./jr – samen met werkgerelateerde mobiliteit € 3,7 mrd./jr. Bij een gemiddelde bezetting van de werkplek in Nederland van 50% geven de werkgevers aan onderbezetting € 1,2 mrd. uit.”

Bron: Montefeltro, Geldstromen rond werken en mobiliteit in Rijnmond, D.H. van Egeraat 2008

Schatting: 2,6% minder autokilometers door telewerken

“Met behulp van een eenvoudig rekenmodel is geschat wat de effecten zijn van het huidig telewerken op de regionale bereikbaarheid als geen rekening wordt gehouden met allerlei neveneffecten die ontstaan als er wegcapaciteit vrijkomt. De effecten zijn: 
  • 2,6% minder autokilometers
  • 1 tot 3% minder verkeersdrukte op de belangrijkste regionale snelwegcorridors
  • 0 tot 20% minder vertragingen op de belangrijkste regionale snelwegcorridors
  • 10 miljoen euro economische baten per jaar als gevolg van reistijdwinsten.
De telewerker zelf heeft de grootste reistijdwinst (ca. 85%). De reistijdwinst voor de overige verkeersdeelnemers als gevolg van een betere doorstroming is aanmerkelijk lager (ca. 15%).”
Bron: TNO 2004, Effecten van telewerken op de bereikbaarheid van de regio Amsterdam, M.J. Martens M. Snelder, december 2004

Vlaanderen kan € 850 miljoen op congestiekosten besparen

“Deze studie toont aan dat telewerk een belangrijke besparing aan externaliteiten, gerelateerd aan mobiliteit, met zich meebrengt. Op dit ogenblik wordt in Vlaanderen (mits de realistische veronderstelling van een gemiddelde telewerkfrequentie van 1,6 dagen per werkweek) jaarlijks meer dan 900 miljoen Euro bespaard dankzij telewerk, in vergelijking met een situatie zonder telewerk. Het grootste deel hiervan (meer dan 850 miljoen Euro) betreft besparingen op congestiekosten; de rest omvat besparingen op pollutie en op kosten van verkeersonveiligheid.”

Bron: Vrije Universiteit Brussel, 2006, De impact van telewerken op de verkeersexternaliteiten in Vlaanderen, A. Verbeke, M. Dooms, V. Illegems